
Hoe komt het toch dat uitgerekend de mensen waar we van houden, de pineut zijn als we te maken krijgen met een verborgen agressor?
In dit artikel krijg je compleet nieuwe inzichten over hoe het komt dat we ons afreageren op onze naasten wanneer we regelmatig met een negatief persoon te maken hebben. Zowel thuis als op het werk.
Na een - zelfs voor hun maatstaf - uitzonderlijk heftige ruzie, heeft Marina haar man Anton eindelijk zo ver gekregen dat ook hij naar de Open Training is gekomen. Onwennig en wantrouwend kijkt hij de halve cirkel rond. Hij probeert de andere deelnemers te doorgronden om een beeld te krijgen waar hij nu weer in is beland. Hun relatie staat al ruim een jaar onder druk door onenigheden tussen Marina en haar schoonmoeder. Toen Marina de training een jaar daarvoor deed, was dit blijkbaar een veel kleiner probleem. Ze besprak toen uitsluitend werkgerelateerde issues. Tijdens haar nieuwe aanmelding, klonk tussen de regels door dat ze wilde dat haar man veel meer partij voor haar trekt. Maar voorlopig lijkt Anton alleen maar de komende twee dagen te willen overleven. Ik ga bewust het rijtje af vanaf de andere kant zodat hij tijd krijgt om te acclimatiseren. Intussen houd ik het stel in de gaten. Anton raakt onder de indruk van wat hij om zich heen hoort en na enkele uren zie ik dat hij mij en het proces voldoende vertrouwt om mee te werken. Bij uitzondering laat ik ze gelijktijdig praten. Hun woorden neigen naar een onafwendbare scheiding, maar ik zie twee mensen die voor elkaar gemaakt lijken te zijn en die tot voor kort zielsveel van elkaar hebben gehouden. Schoonmama nestelt zich duidelijk in de steeds grotere barsten die in hun relatie zijn ontstaan. Ik veins interesse in hoe hun ruzies verlopen maar eigenlijk vis ik naar de mate waarin de twee enige grip hebben op schoonmama. Al gauw blijkt dat geen van beiden ook maar enige invloed haar gedrag hebben. Communiceren met de dame is verbaal op eieren lopen. Anton blijkt zijn vrouw in alle oprechtheid de vrije hand te hebben gegeven om te zeggen of te doen wat haar goeddunkt. Zelfs als dit een breuk met zijn moeder zou betekenen. En Marina had zich er al lang bij neergelegd dat er voor haar geen liefhebbende relatie met schoonmoeder is weggelegd. Beiden hebben razend goed door hoe het schoonmonster opereert maar toch vliegt het stel elkaar in toenemende heftigheid in de haren. Na een intens kwartier van heen-en-weer gehakketak, houdt Marina een bitter maar goed opgebouwd betoog naar haar man. Ruwweg driekwart van haar woorden lijken letterlijk voor haar schoonmoeder bedoeld. Maar Anton neemt het persoonlijk en zet zich schrap voor zijn respons. Met een harde fluittoon snijd ik hem af. Verontwaardigd kruist hij zijn armen. Ik vraag Marina of zij de situatie met vriendinnen heeft besproken. Haar antwoord is een beleefde versie van het woord: ‘Duhh!’. Ik vraag haar waarom ze dat eigenlijk doet. Die vriendinnen zijn toch niet het probleem? Marina kijkt me niet begrijpend aan. Ze beargumenteert dat haar vriendinnen tenminste luisteren. Ze kunnen haar weliswaar niet helpen maar zij begrijpen haar en leven met haar mee. “Net als Anton!”, val ik haar in de rede. Stilte. Voor het eerst kijken de twee elkaar aan.
Wanneer we in ons leven met agressie geconfronteerd worden, moeten uitgerekend de mensen waar we goed mee communiceren en waar we wel grip op hebben, het vaak onevenredig hard ontgelden. Dit is een voor velen herkenbaar, maar nagenoeg onbeschreven* verschijnsel dat de logica en de redelijkheid tart. Hoe werkt dit?
Miljoenen jaren van evolutie, in combinatie met duizenden jaren beschaving, hebben ons uiteindelijk gemaakt tot wezens die sterk geneigd zijn om conflict te vermijden. Zodoende kunnen we weliswaar als collectief oorlogen voeren, maar blijven de keukenmessen thuis gereserveerd voor culinaire doeleinden. Ons overlevingsinstinct activeert onze verdedigingsmechanismen alleen nog maar wanneer er acuut gevaar dreigt. De ingebouwde impulsen om conflict te vermijden worden dan even op de achterste brander gezet om ons, proportioneel aan de waargenomen bedreiging, direct tegen de agressor te richten. Dit uiterst simpele mechanisme geeft ons de ruimte om normbesef en een eigen gevoel van rechtvaardigheid te creëren. Maar in de complexe relatienetwerken, die onze samenleving met zich meebrengt, worden we vaak geconfronteerd met wat ik zou willen omschrijven als chronische agressie. Dit is agressie waarbij ieder incident op zich bij lange na niet voldoende is om het beest in ons los te maken, maar ons wel genoeg raakt om z’n sporen na te laten. Je kunt dit goed vergelijken met chronische pijn; niet genoeg om te stoppen met functioneren, maar het neemt geleidelijk aan steeds meer ruimte van je bewustzijn in.
Chronische agressie speelt zich af op het snijvlak tussen de agressie willen confronteren en intussen steeds de vrede willen bewaren (conflictvermijding). Hier worden we echter steeds ‘beter’ in, waardoor sluipenderwijs conflictvermijding een doel op zich wordt. Tijdens dit proces verdiepen we ons onwillekeurig steeds meer in wat de agressor boos maakt. Uiteindelijk komt het omslagpunt dat we ons gaan richten op het vermijden van die prikkels. Dit is steevast het moment waarop de agressor politiek bewustzijn krijgt. In feite bepalen zij vanaf nu de agenda! Het is nu in zijn/haar belang om zo veel mogelijk via die prikkels met ons te communiceren om ons gedrag ten gunste van henzelf te beïnvloeden. Wanneer die prikkel een derde persoon is, komen we voor een dilemma te staan. Gaan we de agressor - al of niet gezamenlijk - aanpakken of gaan we die derde persoon beïnvloeden om toch vooral maar op te houden met de agressor te irriteren. Bij deze keuze staan we mentaal onder invloed van de volgende hersenspinsels:
1) Onze sympathie ligt weliswaar niet bij de agressor, maar hij/zij is veel meer de focus van onze gedachtes dan de derde persoon. De ‘happiness’ van de agressor is onwillekeurig een prioriteit in ons denken geworden.
2) We hebben ons onevenredig verdiept in de gedachtewereld van de agressor. Hierdoor begrijpen we hem/haar zelfs beter dan de derde persoon (die notabene vaak in dezelfde situatie t.o.v. de agressor zit waar we zelf in zitten) We hebben de onredelijkheid van de agressor leren zien door zijn/haar ogen. Hierdoor wordt die onredelijkheid steeds redelijker in onze perceptie en verwordt de agressor steeds meer tot een slachtoffer. De derde persoon lijkt, relatief gezien, eigenlijk ongevoelig…
3) We hadden de agressor juist zo rustig gekregen! De derde persoon kan nog zo gelijk hebben; voor ons heeft hij/zij de rust verstoort! Waarom stopt hij/zij niet daarmee?
4) De derde persoon zou beter moeten weten (de verstandigste zijn). Vooral omdat hij/zij de situatie zo veel beter zou moeten snappen! (Derde persoon wordt in feite dus gestraft voor meer kwetsbaar opstellen en luisteren dan de agressor doet…)
5) Als ik de derde persoon help, verlies ik de ‘investering’ die ik in de agressor heb gedaan. Ik raak de moeizame vooruitgang die ik ‘geboekt’ heb kwijt. Kunnen we weer helemaal opnieuw beginnen… Die nare derde persoon heeft geen respect voor het vele werk dat ik heb verricht.
De derde persoon - van zijn/haar kant - snapt totaal niet waarom jij het toch steeds maar nalaat om onvoorwaardelijk aan zijn/haar kant te gaan staan. De schuld van de ander staat als een paal boven water en uitgerekend jij zou toch moeten weten hoe onredelijk de agressor is! Conflict breekt uit en loopt steeds hoger op…uitgerekend tussen jou en de derde persoon. Natuurlijk ziet de agressor jullie conflict als een vrij interpreteerbaar bewijs van zijn/haar gelijk.
In bedrijven doet bovenstaand verschijnsel zich vaker voor dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. En zoals met zoveel wantoestanden is identificatie van het probleem de eerste en belangrijkste stap. De eerste symptomen kun je bij jezelf waarnemen, wanneer je merkt dat je steeds vaker van tevoren probeert te bedenken HOE je iets tegen iemand moet gaan zeggen (en vele scenario’s bedenkt hoe je die persoon het beste kan bereiken). WAT je wilt vertellen wordt steeds minder belangrijk. Je wordt al blij als er al iets van je boodschap aankomt. Op het laatst ben je al dankbaar voor een minuut zuivere luistertijd. Wanneer je vervolgens merkt dat je iemand anders probeert te instrueren hoe hij/zij met de potentiële Verborgen Agressor moet omgaan, weet je dat je met De Derde Persoon bezig bent. En dat de Verborgen Agressor aan het winnen is in een spel dat uiteindelijk drie verliezers kent.
PS:Het gaat inmiddels erg goed tussen Anton en Marina (verzonnen namen van een echte case en, ja, ik heb hun uitdrukkelijke toestemming om hun geval te gebruiken voor dit stukje) Ze begrepen en erkennen dat beiden hulpeloos waren m.b.t. hun agressor. Al lang voor de training was afgelopen had deze geen invloed meer op hun levensgeluk. Ik vermoed echter wel dat mijn naam bovenaan de shitlist van een zekere schoonmoeder prijkt. En om meer dan alleen alfabetische redenen.
* Het verschijnsel dat ik ‘De verborgen Agressor’ noem, heeft slechts enkele raakvlakken met het meer herkenbare ‘identificeren met de agressor’ en Stockholm syndroomachtige toestanden. Er is namelijk vaak geen (hiërarchische) afhankelijkheid tussen de driehoek jij, de agressor en de derde persoon. Daarom komen deze situaties veel vaker voor in matrixstructuren dan in de directe lijn.
The World according to Blits...
Abonneer je gratis op ons E-zine met inzichten over leiderschap & sales
vanuit realiteit, relaties en gezond verstand.