
Op veler verzoek ga ik een paar bijdragen in de BlitsFlits wijden aan het verschijnsel micromanagement (daar gaat mijn voornemen om vooral leuke en luchtige stukjes te schrijven…) Ik krijg vaak de vraag waarom de micromanager in literatuur en onderzoek relatief zo onderbelicht blijft. Over deze kwestie kan ik alvast mijn vermoedens uiten. Om te beginnen is het onderwerp onaanspreekbaar (laat staan interviewbaar). Het is vaak makkelijker om een manager met psycho- of sociopatische neigingen zijn of haar fouten in te laten zien, dan om een pathologische micromanager feedback te geven. Een psychopaat is ‘slechts’ overtuigd van het eigen kunnen en lijdt aan een ongezonde dosis ‘self-righteousness’. Maar de micromanager leeft letterlijk in een volmaakte wereld die hij of zij geschapen heeft en waar niets fout aan kan worden ontdekt. (de gedachte alleen al…) Een echte micromanager kan al deze stukjes lezen zonder zich ook maar in het geringste aangesproken te voelen. Je zou met een soort sneak-onderzoek nog kunnen proberen de werking van micromanagers te achterhalen, maar deze poging zou waarschijnlijk voortijdig stranden door hun algemene opstelling en gebrek aan integriteit. Bovendien vermoed ik dat zelfs hun ‘slachtoffers’ niet altijd zin hebben om mee te werken. Er zijn nou eenmaal episodes in ons leven waar we afstand van willen nemen. Daarnaast heeft deze doelgroep, begrijpelijk, last van schuldgevoelens en ontkenning. En hoe –en waar- zou je ze moeten vinden?
In dit eerste deel wil ik meteen ingaan op een anomalie tussen de reguliere micromanagers: de microTOPmanager. Het komt gelukkig niet zo bar veel voor dat micromanagers het helemaal tot de top schoppen. Maar wanneer dit toch gebeurt, zijn de rapen ook echt goed gaar. Er valt veel over deze categorie micromanagers te vertellen maar ik zal mij beperken tot de relatie tussen de microtopmanager en zijn directe reports.
‘Het Zwarte Gat’
Zoals een astronoom gebiologeerd kan raken door een alles verslindend zwart gat, blijven micromanagers in de top van bedrijven mij fascineren. Dit zijn zonder enige twijfel de allergevaarlijkste micro-managers. Nog los van hun hogere statuur en machtsinvloed, zijn ze over de jaren onwrikbaarder en -als mens- kleiner geworden. Tegelijkertijd is hun politieke raffinement en vermogen om energie uit mensen te zuigen, gegroeid. Persoonlijk probeer ik zo lang mogelijk bij ze weg te blijven om, met de divisies van de overlevende leiders van het bedrijf, enclaves van echte functionaliteit te creëren. Maar vaak moet ik er uiteindelijk toch aan geloven. Met een mengelmoes van tegenzin en fascinatie ga ik dan op audiëntie in de citadel op de bovenste verdieping. Gesprekken met microtopmanagers doen mij nog het meest denken aan die grote, groene zuurballen van toen ik klein was. Je mond trok pijnlijk samen door een bijna ondraaglijke zuuraanval, maar je kon tegelijkertijd bijna niet wachten tot je de volgende weer kon doorbijten. (Vanwaar toch die rare behoefte om de zintuigen te overbelasten?)
Je kunt heel ver gaan in het vergelijk tussen zwarte gaten en micro-managers in de hoogste regionen van de management-constellatie. Zwarte gaten zijn de grote en uiterst destructieve zuigvelden rond een naar verhouding oneindig klein hoopje samengedrukte essentie. De atoomkernen zitten zo dicht op elkaar gedrukt dat alle bekende natuurwetten getart worden en er zelfs geen plaats meer is voor vrolijk rondtollende elektronen. De massa van hun ingezogen en geplette slachtoffers maken al snel deel uit van het monster. Het zwarte gat wordt dan ook sterker naarmate het ouder wordt. Desondanks groeit de kern zelf niet. Het is dan ook dode, vaste materie dat zonder enig bewustzijn complete melkwegstelsels kan opslokken. Uiteindelijk is zelfs het licht niet meer veilig. Dit geeft een vertekend beeld door de telescoop. Achter de inktzwarte duisternis vechten allerlei hemellichamen voor hun leven. Verreweg de meesten verdwijnen in het niets ontziende zwaartekrachtsveld. Een heel klein aantal weet zich echter door de versnelling los te rukken. Ze schieten verdwaasd door de ruimte in de hoop nooit meer een zwart gat tegen te komen. Die kans is heel klein maar allerminst onwaarschijnlijk. Het ons bekende heelal kent miljoenen zwarte gaten.
De zuigkracht van microtopmanagers heet ‘Hoop op Erkenning’. Het klinkt misschien raar maar ik geloof dat de echte Zwarte Gaten onder hen al direct na hun aantreden op jacht gaan naar de echte leiders binnen hun bedrijf. Want nadat de microtopmanager iedere andere vorm van erkenning binnen zijn invloedssfeer heeft geëlimineerd, blijft hij over als de enige bron. Al roept hij nog zo veel aversie op; vanaf die tijd drijven verreweg de meeste ondergeschikten naar hem toe. Deze medewerkers worden als uitgedroogd vee dat een vergiftigde poel ziet. De drang om te drinken wint het uiteindelijk altijd van de aanblik van dode collega’s rond de oever. De echte leiders onder zijn reports, oftewel; zij die persoonlijke loyaliteit bij hun mensen hebben gecreëerd, staan dan ook binnen ettelijke dagen, hoog op zijn hitlist. Toch is het monopolie op erkenning meer een bonus dan een drijfveer voor de microtopmanager. Zoals bij bijna alles wat hij doet, heeft zijn statuur bij zijn meerderen en gelijken in grote mate voorrang op alles wat er onder hem beweegt. En zo zit het ook met zijn aversie tegen de echte leiders onder hem. Dit zijn namelijk over het algemeen verbale mensen die risico’s nemen. Hun functie brengt ze vaak naar hoofdkantoren of in de vertrekken van toezichthouders. En daar zouden ze wel eens dingen kunnen melden die de microtopmanager in verlegenheid of zelfs gevaar zouden kunnen brengen. De echte leiders moeten daarom bovenal worden geneutraliseerd om het allesbepalende beeld naar Boven veilig te stellen. Deze managers hebben meestal (te) laat door dat er op ze gejaagd wordt. Voor iemand die nog nooit een microtopmanager is tegengekomen, is het dan ook moeilijk te bevatten dat je eigen baas, zonder enige aanleiding, niet het beste met je voorheeft. Zoals zijn stellaire evenknie, gebruikt de microtopmanager liever zijn zuigkracht op afstand dan de directe confrontatie. De vragen en twijfels stapelen zich dan ook snel bij de echte leiders van het bedrijf op: Waarom word ik steeds venijnig ‘gechallenged’ op futiliteiten, terwijl mijn prestaties onder het vloerkleed worden geveegd? Waarom wordt een tertiair doel wat deze keer niet gehaald is, prompt gebombardeerd tot belangrijkste KPI? Waarom word ik naar Boven (of naar de aandeelhouders) steeds als een zonderling afgeschilderd? Waarom maakt die man er dagelijks een sport van om zich rechtstreeks met mijn mensen te bemoeien? En lijkt hij er zelfs nog genoegen in te scheppen om ze voor mijn ogen af te maken?
De leiders zien met lede ogen aan hoe het vervullen van de nukken van de hoogste baas steeds hoger op de agenda van hun mensen komt te staan (De dynamiek binnen de teams die hierop volgt, is een triest verhaal apart). Wat ze minder goed doorhebben, is dat hun eigen, groeiende honger naar erkenning ze dezelfde kant uitdrijft. Woorden schieten te kort naar hun collega’s om de situatie effectief onderling te bespreken. Al snel staat letterlijk iedereen alleen en groeit zelfs het wederzijdse wantrouwen tussen de echte leiders. De sterksten onder hen verlaten het bedrijf en hopen nooit meer onder een microtopmanager te hoeven dienen. Sommigen vinden een positie binnen de organisatie buiten het zuigveld van de microtopmanager. Maar er is ook een deel van de leiders binnen het bedrijf dat geen weerstand meer kan bieden. Ze gaan uiteindelijk helemaal met de microtopmanager mee en maken zodoende hun eerste stappen om zelf micromanager te worden. Hun massa gaat uiteindelijk deel uitmaken van het monster.
[meer columns]
[homepage]
The World according to Blits...
Abonneer je gratis op ons E-zine met inzichten over leiderschap & sales
vanuit realiteit, relaties en gezond verstand.